Een recente Facebookreactie en mijn daaropvolgende LinkedIn post riepen herkenning op.
Hoe we dagelijks te maken hebben met grensoverschrijding in families, op de werkvloer, in de zorg, in vriendschappen, in overheidsbeleid, in klaslokalen en in de publieke ruimte.
Wat al deze reacties gemeen hebben: grensoverschrijding is niet iets uitzonderlijks. Het zit verweven in hoe we samenleven. Vaak onbedoeld, vaak sociaal geaccepteerd. Juist daarom is het zo moeilijk om het te benoemen.
Dit kan subtiel zijn.
Het gebeurt overal. Dagelijks. In families, op de werkvloer, in vriendschappen en zorgsituaties. Tijdens opleidingen, in klaslokalen en ook in overheidsbeleid komt het terug.
Wie grensoverschrijding benoemt, krijgt vaak de wind van voren. Dat merkt ik zelf ook. De aandacht verschuift van gedrag naar de boodschapper. “Je overdrijft.” “Wat is er mis met je?” “Je kunt ook overal wat van vinden.”
Deze reacties zijn geen toeval. Ze beschermen het systeem dat ongemerkt leunt op deze dynamiek. En ze bevestigen hoe genormaliseerd grensoverschrijding is geworden.
In systemisch werk kijken we naar dynamieken achter gedrag. Grensoverschrijding wordt vaak mogelijk gemaakt door systemen waarin macht, loyaliteit of hiërarchie niet in belans zijn.